Schoolgids 2011-2012
DEEL 2
Organisatorische inrichting van basisschool De Hooiberg.
Algemeen:
1. |
Het bestuur van de Stichting BSV is het bevoegd gezag van de school. |
2. |
Het bestuur heeft een groot aantal van haar bevoegdheden gedelegeerd en gemandateerd naar de directeuren van de onder haar verantwoordelijkheid vallende scholen. |
3. |
Dit is geregeld in het directiestatuut. |
4. |
De onderwijskundige zaken blijven per school geregeld en daarin bestaat binnen de vastgestelde (financiële) kaders ook de vrijheid van handelen naar eigen inzicht. |
De Hooiberg:
1. |
Eindverantwoordelijk is de algemeen directeur Ralf Dwars |
2. |
Samen met de locatieleider Ralf Dwars vormt de algemeen directeur het management van de school. |
3. |
Onderling zijn de taken verdeeld met dien verstande, dat de algemeen directeur te allen tijde eindverantwoordelijk blijft. |
4. |
Als dagelijks bestuur is er een managementteam (MT) gevormd, bestaande uit de locatieleider en de bouwcoördinatoren, tevens IB-ers, Henry Beeks en Judith Dokter-van Rijn. |
5. |
Door het MT wordt (nieuw) beleid voorbereid en worden zowel besluiten genomen als uitgevoerd of ter uitvoering opgedragen aan de organisatie. Ook vindt hier afstemming tussen de bouwen plaats. |
6. |
Er zijn twee bouwvergaderingen: de onderbouw en de bovenbouw. De Bouwvergaderingen behandelen onderwijskundige en praktijkgebonden onderwerpen gerelateerd aan de uitvoering. Dat geldt zowel voor beheerstaken als nieuw initiatief. |
7. |
Nieuw beleid wordt steeds voorbereid in de bouwvergaderingen, in het MT behandeld en na besluitvorming weer teruggekoppeld. |
8. |
In de plenaire teamvergaderingen wordt de richting bepaald ten aanzien van de hoofdlijnen van beleid op voorstel van de directie, van het MT, van de bouwen of van individuele personeelsleden. |
9. |
Het beleid van "De Hooiberg"wordt vastgelegd in het beleidsplan van de school na advies en of instemming van de (G)MR. |
Medezeggenschap:
Basisschool de Hooiberg kent een Medezeggenschapsraad (MR) in het kader van de Wet op de Medezeggenschap Onderwijs (WMO)
In het bij dit orgaan horend reglement zijn de bevoegdheden geregeld.
De MR is tevens vertegenwoordigd in de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van de BSV-scholen.
Ondersteuning:
De Hooiberg kent een ouderraad, die de school ondersteuning geeft bij allerlei activiteiten, die de school onderneemt, met de aankleding van de school en het plein e.d.
Vergaderfrequenties: (minimaal)
| Bestuur BSV | - 1x per maand |
| Directieoverleg BSV | - 1x per maand |
| MT | - 1x per week |
| Bouwvergaderingen | - 1x per 2 weken |
| Plenaire teamvergaderingen | - 1x per kwartaal |
| MR | - 6x per jaar |
| GMR | - 2x per jaar |
| Ouderraad | - 6x per jaar |
Oudergeleding medezeggenschapsraad:
| Dhr. E. Mijnhardt | 266 03 58 | voorzitter |
| Dhr. R. Gerritsen | 256 77 25 | secretaris |
| Mw. S. Nijhof | 266 60 75 | |
| Dhr. L. in het Veld | 2670517 | |
| Mw. R. Hilgeholt | 06 551 868 67 |
Namens het personeel hebben 4 leerkrachten zitting in de MR en de directeur is adviseur van de MR
Ouderraad
| Marjolein Siero | 8513146 | voorzitter |
| Karen Copier | 8512414 | secretaris |
| Gerwi Roozeboom | 2669246 | secretaris |
| Karen Harperink | 2422108 | penningmeester |
| Esther Hüser | 2669885 | |
| Kitty Leurink | 2673996 | |
| Chantal Martina | 2673150 |
Namens het personeel heeft tevens een aantal leerkrachten zitting in de ouderraad
Vergaderingen MR en OR
De vergaderingen van de MR en OR zijn in principe op de eerste donderdag van de maand. De agenda's vindt u in de portieken van de school. De vergaderingen hebben een openbaar karakter. Wilt u bepaalde zaken besproken hebben, dan kunt u zich in verbinding stellen met het secretariaat.
Het schoolgebouw
Basisschool “De Hooiberg” is een neutraal bijzondere school en is één van de drie scholen van de Stichting BSV.
Borne kent geen openbaar onderwijs. Het neutraal bijzonder onderwijs vult eigenlijk die plek in.
Het bestuur van de Stichting BSV is het bevoegd gezag van de drie scholen.
De oudergeleding uit de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad heeft een belangrijke stem in het benoemen van de bestuursleden.
De school staat in de nieuwbouwwijk “De Stroom-Esch”.
In 1986 is het gebouw aan de Dorsvloer betrokken. Na vele jaren een groeischool te zijn geweest,daalt de laatste jaren het aantal leerlingen lichtvanwege het feit dat dat in de wijk geen verdere uitbereiding meer plaats vindt en de doostroming naar de Bornsche maten stagneert.
De school beschikt over een modern en goed uitgerust gebouw met veertien groepslokalen, een gemeenschapsruimte, handvaardigheidslokaal en een speciale kleutergymzaal.
De school ligt aan de rand van de wijk in een kindvriendelijke situatie.
Naast de school ligt een sportveld Tevens is in het gebouw een lokaal van de buitenschoolse opvang gevestigd en is er een grote gymzaal aan het gebouw vast gebouwd. Hierdoor is sprake van een multifunctioneel gebouw met een veilige tussendeurverbinding.
Onze missie:
• |
Basisschool “De Hooiberg” schept de voorwaarden voor unieke kinderen om zich als sociale wezens, individueel zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen, zowel cognitief als sociaal-emotioneel. |
• |
“De Hooiberg” geeft kwalitatief goed en verantwoord onderwijs met professioneel personeel. |
• |
Wij willen een Daltonschool zijn, werken al in hoge mate op deze wijze en zijn op weg om ook als zodanig erkend te worden door de Nederlandse Daltonvereniging. |
Onze visie:
• |
Wij gaan uit van het eigene en unieke van ieder kind. |
• |
Wij gaan uit van het kind als sociaal wezen, dat samen leven en samenwerken nodig heeft. |
• |
Wij kennen het kind een zo groot mogelijke zelfstandigheid en verantwoordelijkheid toe. |
• |
Wij scheppen een uitdagende functionele leeromgeving in een sfeer van veiligheid en geborgenheid. |
• |
Wij streven naar een schoolgemeenschap waarin respect voor jezelf, respect voor de andere(n) en respect voor het andere centraal staat. |
• |
Wij gaan uit van de wettelijke voorgeschreven en vastgestelde kerndoelen. |
Onze keuzes:
• |
Dalton-onderwijs is een keuze, die helemaal tegemoet komt aan onze visie. Zelfstandig werken, Keuzevrijheid, Verantwoordelijkheid en Samenwerken zijn elementen, die zijn verweven in onze werkwijze. |
• |
Optimale begeleiding van leerlingen is onze taak in de dagelijkse praktijk,en vertaalt zich ook in de keuze voor een belangrijke rol binnen onze school van de Interne Begeleiding (IB)en de Remedial Teaching (RT). Voor deze taken hebben wij 1,5 fte vrij geroosterd. Deze extra inzet is bestemd voor leerlingen met achterstand of problemen, maar ook voor leerlingen, die buitengewoon goed zijn. |
• |
Wij hebben gekozen voor een uitgebreid en afgewogen toetssysteem om mogelijke problemen of bijzonderheden in een zo vroeg mogelijk stadium op te kunnen sporen. |
• |
Wij hebben gekozen voor een belangrijke plaats van de computer in ons onderwijs. Vanaf groep 0 is de computer in gebruik. De computer is in vele vakken ingebouwd als hulpmiddel bij de lessen, maar staat ook op het programma als vak. Het efficiënt omgaan met een computer is iets, dat elke leerling op deze school leert. Hiervoor is 1 fte vrijgeroosterd om dit professioneel te kunnen doen. |
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
" Op "De Hooiberg" heeft ICT inmiddels een voorname plaats verworven. Hiermee willen we een leersituatie bereiken waarin we een extra impuls willen geven aan de ontwikkeling van kinderen.
De meeste van de tientallen computers die we op dit moment bezitten, staan in de klaslokalen. Een kleiner aantal bevindt zich buiten de klas op zogenaamde "computereilanden"."
ICT wordt voor meerdere doeleinden ingezet.
1. Als hulpmiddelen bij het aanpakken van leerproblemen.
Een deel van onze educatieve software wordt gebruikt als ondersteunend middel bij het behandelen van leerproblemen. Om het verhelpen van het probleem zo effectief mogelijk te laten zijn, werkt de leerkracht in samenwerking met de intern begeleider en eventueel de ICT-coördinator een plan "op maat" uit.
2. Als hulpmiddelen bij het leren.
Niet alleen kinderen met leerproblemen werken met educatieve software. Alle kinderen gebruiken de computer, bijv. als hulpmiddel bij het leesonderwijs en het inoefenen van leerstof. Op een alleen voor leerlingen van "De Hooiberg" toegankelijke gedeelte van de website bieden we oefeningen aan die kinderen voorbereiden op een aantal proefwerken en de wekelijkse dictees.
3. Als "gereedschap", bijvoorbeeld voor het maken van teksten.
Om dat goed te laten verlopen, worden leerlingen getraind in het gebruik van de computer. Hierbij kan o.a. gedacht worden aan het werken met een tekstverwerker, een tekenprogramma, een programma waarmee presentaties gemaakt kunnen worden, een mailprogramma en een internetbrowser. Vanaf groep 7 wordt als buitenschoolse activiteit door "De Opleidingscentrale" uit Doetinchem een typecursus verzorgd. Deze bevat ook een component tekstverwerken en Powerpoint. Hieraan zijn wel kosten verbonden. Deelname is vrijwillig."
4. Als bron van informatie, bijvoorbeeld door het gebruik van een digitale enyclopedie of het Internet.
Het boek als informatiebron krijgt meer concurrentie van de "nieuwe media". Voor het uitvoeren van opdrachten zullen kinderen in de bovenbouw steeds meer gebruik maken van een digitale encyclopedie en vooral het internet. Omdat leerlingen niet goed in staat zijn internetteksten te verwerken, heeft De Hooiberg een door de overheid gesubsidieerd onderzoek geleid naar de mogelijkheden om ICT, in het bijzonder webgeletterdheid, te integreren in daltononderwijs. Bij het onderzoek, waarbij nadrukkelijk gebruik is gemaakt van recent wetenschappelijk materiaal van de Vrije Universiteit in Amsterdam, zijn ook het lectoraat daltononderwijs, het lectoraat Ontwikkelingsgericht onderwijs en Expertis Onderwijsadviseurs betrokken geweest.
5. Als communicatiemiddel.
Alle kinderen kunnen gebruik maken van een e-mailadres dat zij kunnen gebruiken bij het uitvoeren van opdrachten. De hoogste groepen kunnen gebruik maken van een elektronische leeromgeving. Deze kunnen kinderen onder meer gebruikt voor het maken van oefeningen, opdrachten en toetsen, communicatie met klasgenoten en de leerkracht, planning van activiteiten en opslaan van documenten. De elektronische leeromgeving is ook vanuit huis te benaderen.
6. Als middel voor creatieve uitingen.
Digitale fotografie, beeldbewerking, digitaal tekenen zijn voorbeelden van nieuwe kunstzinnige uitingen die een plaats hebben gekregen binnen vakgebied "Kunstzinnige vorming". Een deel van de digitale werkstukken wordt gepresenteerd op de website.
7. Als hulpmiddel bij het geven van lessen
In alle groepen in heeft een digitaal schoolbord of een groot touchscreen
inmiddels het traditionele krijtbord vervangen."
Zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Op onze school telt iedere leerling mee. Elke leerling is uniek. Daarom benaderen wij de leerlingen niet alleen als groep, maar ook individueel. Alle leerlingen hebben zorg nodig, maar de één nog wat meer dan de ander. Er zijn speciale programma's voor leerlingen met leer- en / of ge¬dragsproblemen. Ook de meer begaafde leerlingen krijgen mogelijkheden om zich meer optimaal te ontwikkelen. Aangezien wij de zorg voor leerlingen belangrijk vinden hebben we op school interne begeleiders aangesteld, die voor deze begeleiding gedeeltelijk zijn vrijgeroosterd.
De interne begeleider zorgt voor een planmatige aanpak van de zorgverbreding door de hele school. Zij betrokken bij de volgende activiteiten:
A. Het beheren van het leerlingvolgsysteem
Het leerlingvolgsysteem (LVS) is opgezet om problemen in de ontwikkeling van leerlingen in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Alle leerlingen worden regelmatig in de groep getoetst en geobserveerd. De gegevens worden vastgelegd per leerling en per groep.
B. Leerling besprekingen
De resultaten van de toetsen en observaties worden besproken door de intern begeleider en / of directie met de groepsleerkrachten, waarbij tevens wordt bekeken of een andere aanpak nodig is.
C. Leerlingbegeleiding
Soms blijkt dat extra uitleg of een andere aanpak op korte termijn geen resultaat oplevert. Er wordt dan verdere informatie ingewonnen. In dat geval "bekijkt" de intern begelei¬der de leerling. De ouders worden uitgenodigd om nadere informatie te geven en te krijgen. In dit proces speelt de orthotheek een belangrijke rol. Hierin is informatie op het gebied van zorgverbreding verzameld.
Hierdoor ontstaat meestal een helder beeld van wat de oorzaak, de aard en de omvang van het probleem is.
Zodoende kan er een passend handelingsplan voor de leerling worden gemaakt. Hierin staat hoe de hulp die gegeven gaat worden op school en eventueel thuis op elkaar is afgestemd. Essentieel is een goede wisselwerking tussen ouders en school. Tijdens de uitvoering van het handelingsplan wordt regelmatig geëvalu¬eerd en wordt bekeken of tussentijds bijstellingen noodzakelijk zijn.
We streven ernaar om de leerling in een later stadium weer te laten functioneren op het groepsniveau. Bij ernstige problemen schakelen we de hulp in van het zorgloket van WSNS al dan niet in samenwerking met Expertis.
D. Verwijzingen
Ondanks de vele inspanningen kan het soms voorkomen dat een andere vorm van onderwijs beter aansluit bij de mogelijkheden van de leerling. De ouders spelen hierbij een belang¬rijke rol. Voor iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd.
E. Jeugdhulpteam
Onze school is actief betrokken bij dit project . In dit netwerk werken deskundigen op het gebied van de jeugdhulpverlening samen (o.a. schoolverpleegkundige, maatschappelijk werker, politie, peuterleidsters en interne begeleiders of een andere afgevaardigde van de school). Dit netwerk is opgezet, om kinderen met zeer specifieke problemen, met de juiste hulpverleners in contact te brengen en om adviezen te geven aan de scholen.
F. Samenwerking met andere scholen
Belangrijk is ook de samenwerking met andere interne begelei¬ders. Dit gebeurt in Weer Samen Naar School (WSNS) verband. Tevens vindt er continue nascholing plaats.
G. Zorgplan Weer Samen Naar School (WSNS)
Onze school is aangesloten bij een samenwerkingsverband in de regio. In dit samen-werkingsverband participeren 26 basisscholen voor openbaar en algemeen bijzonder onderwijs en een speciale basisschool. Daarnaast zijn nauwe contacten met een school voor In Ontwikkeling Bedreigde Kleuters (IOBK). Doelstelling van WSNS is te zorgen dat minder leerlingen worden geplaatst op een speciale basisschool. Om deze doelstelling inhoud te geven wordt jaarlijks door het samenwerkingsverband een geactualiseerd Zorgplan opgesteld. Dit Zorgplan ligt op de scholen ter inzage.
H. Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL)
De PCL van het samenwerkingsverband (WSNS) is de instantie die de beschikking afgeeft of een leerling wel of niet geplaatst zou moeten worden op de speciale school.
Aanvraag of plaatsing kan in overleg plaatsvinden:
1. met de ouders/ verzorgers in samenspraak met de school.
2. rechtstreeks door de ouders/ verzorgers.
Op de school is een brochure aanwezig over de werkzaamheden van de PCL.
Beleid ten aanzien van pesten
Uitgangssituatie:
In onze uitgangspunten is verwoord, dat wij hoog inzetten op een schoolklimaat, waarin de leerlingen zich veilig kunnen voelen, gebaseerd op onderling vertrouwen en respect.
Dat is een uitgangspunt, die in de houding van leerkrachten en leerlingen herkend moeten kunnen worden.
Daar wordt ook veel aandacht aan besteed in de dagelijkse gang van zaken op school.
Desondanks is plagen en pesten een fenomeen van alle tijden. Plagen is niet erg, want dat is doorgaans niet negatief bedoeld en wordt in negenennegentig procent van de gevallen ook niet zo ervaren.
Als de lading wel negatief wordt en daarnaast ook nog een structureel karakter krijgt, is het pesten geworden.
Definitie:
Onder pesten moet worden verstaan, dat een kind systematisch door een ander kind of een groep van kinderen wordt vernederd, getreiterd of zelfs fysiek belaagd.
Dat kan allerlei vervelende gevolgen hebben, zoals angsten, psychische problemen e.d.
Pestende en gepeste kinderen zijn allebei slachtoffer. Allebei hebben zij te kampen met een gemis aan voldoende sociale vaardigheden.
Signalering:
Om pestgedrag te onderkennen hanteren wij de volgende middelen:
| • | In het algemeen: constante observatie in de groep, bij de gymles en op het plein aangaande mogelijk pestgedrag. | |
| De volgende signalen zijn daarbij van belang: | ||
| - | Staan bepaalde kinderen altijd alleen of blijven ze steeds opvallend in de buurt van de surveillant. | |
| - | Is er sprake van pesterig gedrag in de groep of op het plein. | |
| - | Is er sprake van stille teruggetrokken kinderen. | |
| - | Merk je iets van angstig gedrag. | |
| - | Opvallende problemen bij samen werken en samenwerken.
|
|
| • | Meer in het bijzonder: | |
| - | Wij maken een sociogram van iedere groep, waarin zowel de sociale cohesie als samen werken wordt geduid. | |
| - | Signalen van buiten (ouders) | |
| - | Signalen van jeugdgezondheidszorg | |
| - | Signalen van externe begeleiders. | |
Beleid:
Ons beleid is in de eerste plaats gericht op preventie. Dat betekent, dat er voortdurende alertheid is ten aanzien van dit probleem.
De uitgangspunten van het Daltononderwijs bieden daartoe uitstekende aanknopingspunten.
De aandacht in werkvormen voor samenwerking tussen kinderen en groepjes kinderen doen een beroep op sociaal gedrag.
Ook het geven van eigen verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording omtrent je handelen geeft inhoud aan ontwikkeling van sociale competenties.Het hanteren van "Taakspel" kan bijdragen aan een veilig groepsklimaat
Gesprekken over het hoe en waarom van (omgangs)regels en de regel van de week hebben preventieve effecten ten aanzien van niet gewenst gedrag.
Het hanteren van vormen van mediation vindt plaats, waarbij tot nu toe de leerkrachten als mediator optreden.
Geïntegreerd in lessen taal, lezen, drama en beweging wordt veel aandacht besteed aan sociale vaardigheden en aan sfeer in de groep.
Als pestgedrag vervolgens toch voorkomt, wordt de volgende aanpak gekozen.
Uitgangspunten:
Omdat dit gedrag meestal binnen de groep plaatsvindt, moet het in eerste instantie ook binnen de groep opgelost worden.
Er wordt geappelleerd aan de verantwoordelijkheid en verantwoording van de dader(s) en slachtoffer(s), maar ook aan die van de groep.
Handelwijze:
•Het probleem wordt samen met betrokkenen geanalyseerd en geduid.
•Er wordt samen met betrokkenen gezocht naar oplossingen van het probleem.
•Er worden afspraken gemaakt omtrent het vervolg.
•In hardnekkige gevallen worden de ouders van betrokken kinderen erbij ingeschakeld.
Als uit voorgaande handelwijze blijkt, dat er dieper liggende problemen ten grondslag liggen aan het pestgedrag bij de pester en/of de gepeste, dan wordt in overleg met de ouders verdere actie ondernomen, zoals bijvoorbeeld Trainingen sociale vaardigheid en nzet van externe deskundigheid
Doorstroombeleid
Door de rijksoverheid is vastgesteld, dat de instroomkleuters die tot en met 31 december van het betreffende schooljaar waarin zij binnenkomen, de leeftijd van 4 jaar hebben, in groep 1 geplaatst worden. De veelal gehanteerde grens van 1 oktober voor instroom bij de kleuters voor de plaatsing in groep 0 of 1 is daarmee komen te vervallen.
Afhankelijk van de ontwikkeling van het kind wordt bekeken of het aan het eind van een schooljaar naar een volgende groep kan doorstromen. Dat is niets nieuws; dat deden we in het verleden toch al. Echter, nu de instromers op basis van de datum van 31 december al sneller dan voorheen in groep één geplaatst worden, zal het ook vaker dan voorheen kunnen gebeuren dat een kind dat aan het eind van dat schooljaar niet toe is aan de doorstroming naar groep 2, een verlengde periode in groep 1 zal maken. Dat kan ook gelden bij de doorstroming van groep 2 naar 3.
Wij kijken naar ieder individueel kind of er aanleiding is om regulier door te stromen naar de volgende groep of om een jaar te verlengen in de groep waarin de leerling zit. In dit proces willen we zo zorgvuldig mogelijk handelen.
Over het al dan niet doorstromen van de leerlingen zal regelmatig met de ouders/verzorgers worden gesproken.
Uit ervaring is gebleken dat het voor heel jonge kinderen dikwijls gewenst is om een ruime periode in de kleuterbouw door te brengen om zich goed te kunnen ontwikkelen. Een kind kan alleen met succes “vervroegd” doorstromen, als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
We betrekken bij deze besluitvorming de leerling gegevens (gegevens intakegesprek), de algehele indruk van de leerkracht en kindfactoren (werkhouding, cognitieve ontwikkeling e.d.)
Voorwaarden, die bij de keuze een rol spelen zijn:
• De elementaire lees- en rekenvoorwaarden dienen aanwezig te zijn.
• Het kind dient voldoende tot zelfstandig, handelingsgericht werken in staat te zijn.
• Het kind moet er sociaal-emotioneel aan toe zijn.
• De motorische vaardigheden van het kind moeten voldoende zijn ontwikkeld.
Voor de verstandelijke ontwikkeling maken wij gebruik van:
• De Cito-LVS toetsen.
Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling gebruiken we:
• De Pravoo-/Scoll observatielijsten, waarbij we door gerichte observatie een goed beeld kunnen krijgen
• Het schoolrijpheidsprotocol van Luc Koning.
• De observaties van de leerkracht
Daarnaast wordt gekeken naar de resultaten van:
• Een screening van mogelijke leesproblemen en dyslexie.
• Een screening door de logopedist.
• Een screening door een fysiotherapeut (motorische ontwikkeling)
Als regel geldt, dat wij bij alle kinderen heel goed kijken, of aan de voorwaarden voor doorstroming naar groep 3 wordt voldaan.
Het is van groot belang dat er m.b.t. de ononderbroken ontwikkeling van een kind in de onderbouwgroepen goede afwegingen worden gemaakt.
Er zijn immers met de nieuwe wetgeving een aantal mogelijkheden die kunnen worden gehanteerd.
Hierbij denken we aan de volgende opties inzake het schoolverloop van leerlingen in verband met instroomdatum:
• Kinderen die instromen vanaf augustus tot en met december. In principe 1-2-3.
• Kinderen die instromen vanaf januari tot juli. In principe 1-1-2-3
Hiervan gemotiveerd afwijken, betekent versnellen of vertragen.(zie ook hieronder)
Bevordering en Doubleren, Versnellen en Vertragen.
In de meeste gevallen zullen leerlingen aan het einde van het schooljaar worden bevorderd naar de volgende groep. Als er sprake is van afwijking van dit principe, dan heeft daar al vroegtijdig overleg met ouders over plaatsgevonden. De afwijking zal door de school beargumenteerd worden.
In geval van een blijvend verschil van mening, beslist de directie van de school na consultatie van de groepsleerkracht(en) en de Interne Begeleiding of de school de opvatting van de ouders voor haar verantwoordelijkheid kan en wil nemen. Uitgangspunt daarbij is, wat de school alles overwogen hebbend het beste acht in het belang van het kind.
Problemen/Klachten
Heeft u als ouder/verzorger op de een of andere manier problemen t.a.v. de school, dan verzoeken wij u hierover met ons te komen praten. Het oplossen van dergelijke situaties is in ons aller belang. Vaak is een kleine toelichting al voldoende. Een goede en vertrouwelijke sfeer rond onze school is in het belang van ons allen.
Wilt u over bepaalde zaken praten met de directie, dan kunt u altijd een afspraak maken.
Kunnen problemen echt niet worden opgelost dan verwijzen wij u naar de klachtenregeling van de BSV. Een formulier is op school verkrijgbaar.
Ralf Dwars is de schoolcontactpersoon inzake de klachtenregeling. Als oudercontactpersoon treedt op Mw. R. Hilgeholt (tel: 2567725).
Wilt u naar bestuursniveau dan kunt u zich richten tot mevr. Alice ten Dam, Nieuwe Es 23, 7622 BX Borne.
Rapporten
Alle leerlingen van De Hooiberg krijgen drie keer per jaar een rapport
Na elk rapport houden wij contactavonden, waarop u met de leerkrachten over uw kind kunt praten.
De derde avond heeft een meer facultatief karakter.
Is er noodzaak tot tussentijdse gesprekken, dan wordt u daartoe apart uitgenodigd. U kunt ook altijd zelf een afspraak maken.
Protocol communicatie tussen De Hooiberg en de ouders
Beleidsuitgangspunten:
• Het beleid is erop gericht de doelgroepen van alle relevante informatie te voorzien, die noodzakelijk is voor een goede gang van zaken op school.
• Het beleid is erop gericht mensen in staat te stellen zich verantwoordelijk te voelen.
• Het beleid is erop gericht de informatie af te stemmen op de doelgroepen.
• Het beleid is er in het algemeen op gericht om mensen in staat te stellen bij de school betrokken te zijn en zich betrokken te voelen.
• Het beleid is erop gericht de visie en de activiteiten van de school in de wijk en de gemeente onder de aandacht te brengen.
Doelgroepen:
• De ouders
• Personeel
• (Gemeenschappelijke) Medezeggenschapraad
Middelen:
Op De Hooiberg kennen we een structurele communicatie tussen school en ouders m.b.t. zaken als:
1. De 10-minuten gesprekken over de schoolvorderingen van de leerlingen.
2. Informatieve brieven m.b.t. langdurige wisselingen van leerkrachten in een groep.
3. Algemene, periodieke informatie,zoals activiteitenkalender en de nieuwsbrief.
4. De schoolgids.
Ad 1 De schoolvorderingen van de leerlingen.
Drie keer per jaar worden de ouders door de school op de hoogte gebracht over de schoolvorderingen van hun kind(eren). Dat gebeurt door het uitbrengen van een schoolrapport en de daaraan gekoppelde gesprekken tussen de betreffende groepsleerkracht en de ouders. Uiteraard kunnen ouders en school altijd besluiten tussentijds met elkaar contact te leggen om zaken met elkaar te bespreken. Ouders kunnen van de school verwachten dat de school/de leerkracht hiertoe initiatieven neemt als daar aanleiding toe is; de school verwacht dat omgekeerd ook van de ouders.
Ad 2 Langdurige en/of definitieve wisselingen van leerkrachten in een groep.
Indien zich een situatie voordoet dat een groepsleerkracht voor langere tijd of definitief uit de groep gaat (bijv. door langdurige ziekte of een andere benoeming) zal de school de betreffende ouders daarover schriftelijk berichten. Indien dat noodzakelijk wordt geacht wordt een extra ouderavond voor de ouders van de betreffende groep belegd. Dat kan ook op het verzoek van ouders.
Ad 3 Algemene, periodieke informatie en de activiteitenkalender betreffende de school en ouders.
Tweemaandelijks verschijnt er vanuit de school de zogeheten ‘Info’ met daarin actueel nieuws voor de ouders en de activiteitenkalender voor de komende periode. Bij deze activiteiten staat ook aangegeven voor welke zaken nog aparte informatie aan de ouders uit zal gaan. Deze ‘Info’ staat ook op onze website.
Ad 4 De schoolgids en de ‘kastdeurbrief’.
Aan het begin van het schooljaar staat de actuele schoolgids op onze website; een papieren versie is op verzoek van de ouders ook leverbaar. Een samenvatting, in de vorm van de zgn. ‘kastdeurbrief’ is dan al aan de ouders uitgedaan. Daarop staan de dagelijkse wetenswaardigheden, zoals de schooltijden, de zwem- en gymtijden, de leerkrachten per groep.
Op De Hooiberg kennen we een incidentele communicatie tussen school en ouders m.b.t. zaken als activiteiten die op een bepaald moment voor een of meerdere groepen en/of de school als geheel gelden, waarover de ouders i.v.m. de organisatie geïnformeerd dienen te worden. Te denken valt hierbij aan excursies, sportdagen, schoolfotograaf, groepspresentaties, schoolreis, schoolzwemmen, etc.
Aangezien communicatie een twee-stromen activiteit is, kunnen en mogen ouders van school verwachten, dat zij door de school over zaken goed geïnformeerd worden en omgekeerd verwachten wij, dat de ouders ons ook informeren in voorkomende gevallen. Kort gezegd: Communicatie is een samenspel.
E-mailgebruik
E-mail is een bijzonder handig en praktisch medium. Als Hooiberg maken wij daar ook gebruik van. Er worden echter ook gevaarlijke kanten aan onderkend. Via een e-mail wordt vaak snel en kort een boodschap overgebracht, waarbij de nuance ontbreekt en er geen sprake is van visueel of auditief contact. Een verschil in interpretatie tussen zender en ontvanger kan heel gemakkelijk ontstaan.
Daarom hanteren wij de volgende afspraken:
1. E-mail wordt gebruikt voor korte en eenduidige mededelingen.
2. E-mail wordt gebruikt voor zakelijke informatie-uitwisseling
3. Er worden geen meningen of opvattingen geponeerd via de e-mail
4. Er worden geen discussies gevoerd via de e-mail.
5. Er wordt niet over leerlingen of problemen gecommuniceerd via de e-mail
Gebruik van foto- en filmmateriaal van leerlingen.
Het beleid van ‘De Hooiberg ten aanzien van het gebruik van foto- en filmmateriaal is uiterst terughoudend.
We gebruiken foto’s van leerlingen in de eigen uitingen van de school, zoals de schoolgids, de nieuwsbrief, in de opmaak van de internetsite of op dvd’s van schoolactiviteiten e.d.
Foto’s van leerlingen worden alleen gebruikt in een positieve context. Naamsvermelding wordt zoveel mogelijk vermeden en indien nodig alleen met de voornaam.
Ouders die aangeven bezwaar te hebben tegen gebruik van foto’s van hun kinderen worden daarin uiteraard gerespecteerd. Op het aanmeldingsformulier kan dit worden aangegeven.
Als derden foto’s of opnamen van kinderen willen maken, dan vraagt de school per geval toestemming aan de ouders middels een brief onder vermelding van de reden.
Protocol hoe te handelen bij geen ziektevervanging
Door een tekort aan leerkrachten/invalkrachten komt het voor, dat er geen vervanging bij ziekte gevonden kan worden.
Het is noodzakelijk ouders goed te informeren, hoe wij handelen in geval zich dit voordoet .
In onze school hebben we te maken met groepsleerkrachten, leerkrachten met groepstaken en een aanvullende andere taak en leerkrachten die geen groep hebben maar wel een specifieke taak. Al deze specifieke taken moeten blijven worden uitgevoerd om de bereikte kwaliteit van onze school te kunnen garanderen en nog verder te verbeteren. Onder de specifieke taken rekenen we bijvoorbeeld de directietaak, IB- taak, ICT-taak, RT-taak, coördinatortaak, ISB-taak e.d. Immers, een RT- er die is vrijgeroosterd voor remedial teaching of een Intern Begeleider die is vrijgeroosterd voor IB-taken, en die werkzaamheden moet laten liggen omdat er geen ziektevervanging gevonden kan worden, komt met de genoemde werkzaamheden in de knel. Dat geldt zeker wanneer ziektevervanging structureel gaat worden, wat ten koste zal gaan van de kwaliteit. Wij vinden de specifieke taken binnen onze school belangrijk en vanzelfsprekend en zullen er voor moeten waken dat die taken geheel/gedeeltelijk verdwijnen door een tekort aan invalkrachten.
We hebben daarom de volgende afspraken gemaakt:
Uitgangspunt blijft altijd zoeken naar vervanging. We kunnen hierbij gebruik maken van de aanwezige vervangingslijst.
Als dat niet mogelijk blijkt, dan kan in overleg met parttimers worden bezien of zij in de gelegenheid zijn een zieke collega te vervangen.
Zijn no. 1 en 2 niet haalbaar, dan wordt op incidentele basis gekeken of leerkrachten met een specifieke taak kunnen inspringen. Er zal nauwkeurig worden bijgehouden hoeveel dagdelen door de vrijgeroosterde leerkracht worden ingeleverd t.b.v. invalwerkzaamheden. Een goede balans moet worden gevonden, om te voorkomen dat niet 1 specifieke taak blijft liggen. ( We zullen ons nog moeten beraden over een te stellen limiet)
Wanneer vervanging door een vrijgeroosterd teamlid ook niet mogelijk of onwenselijk zal de beslissing worden genomen om leerlingen (hoe vervelend ook) maar naar huis te sturen. Afspraak is wel dat leerlingen nooit op de dag dat er voor een groep geen vervanging is naar huis worden gestuurd. Zij zullen altijd 1 dag worden opgevangen. Die opvang wordt gedaan door een teamlid met een specifieke taak, of de leerlingen worden over verschillende groepen verdeeld.
Wanneer ook voor de tweede dag geen vervanging is te krijgen zal deze groep die dag niet naar school kunnen. De dag hierna gaan de leerlingen weer naar school.
Indien er dan nog geen ziektevervanging is, zal een andere groep 1 dag niet naar school kunnen enz. ( Reden hiervoor is te zorgen voor evenwichtige verdeling over de groepen).
Ouders/verzorgers krijgen altijd schriftelijk bericht, dat kinderen een dag niet
naar school kunnen.
LGF(Leerling gebonden financiering)
Met ingang van het cursusjaar 2003-2004 hebben kinderen met een geïndiceerde handicap in principe toegang tot de reguliere basischool. Dit op grond van de Wet op de Expertisecentra (WEC) en Leerling gebonden finaciering ( LGF).
Ouders van leerlingen krijgen financiële mogelijkheden, het “rugzakje” om hun kind op een reguliere school voor primair onderwijs die hulp te geven die het kind behoeft.
Om voor zo’n “rugzakje” in aanmerking te komen moet het kind aangemeld worden bij een Commissie van Indicatiestelling (Cvl).
Ouders zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van de gegevens die nodig zijn voor indicatie. Op grond van landelijk vastgestelde normen bepaalt de Cvl of het kind in aanmerking komt voor indicering, en dus een “rugzakje”.
Ouders van kinderen waarvoor de indicatie is afgegeven, hebben de mogelijkheid hun kind aan te melden bij een school voor speciaal onderwijs of kunnen kijken of een school voor regulier onderwijs ook tot de mogelijkheden behoort. Toelating tot de school voor regulier onderwijs kan pas plaatsvinden na overeenstemming over het handelingsgericht contract. Over een mogelijke toelating beslist het schoolbestuur.
Mocht u geïnteresseerd zijn in de mogelijkheden die onze school heeft, dan nodigen wij u uit voor een oriënterend gesprek, waarin we u ook informeren over de te volgen procedure. De procedure voor aanmelding kunt u opvragen bij de directie van de school. Op school kunt u tevens informatie opvragen over de “rugzakregeling” in het algemeen, het adres van de Cvl, enz.
Mocht uw kind al ingeschreven zijn op onze school en wordt een stoornis geconstateerd, dan kan ook
dit kind misschien voor een “rugzakje” in aanmerking
komen. De interne begeleiders kunnenu hier meer over vertellen.
Beleid m.b.t. langdurig zieken:
De wet regelt dat scholen per 1 januari 2008 de beschikking hebben over het hele budget voor schoolbegeleiding. Op het moment van invoering van de nieuwe wet zal het budget voor zieke kinderen niet langer via de gemeenten lopen maar rechtstreeks aan de schoolbegeleidingsdiensten worden uitgekeerd. De school heeft voor langdurige zieken een procedure vastgesteld. Deze procedure heeft een relatie met de zorgprocedure binnen de school. Specifiek voor deze kinderen is vastgesteld wanneer is er sprake van langdurige ziekte; wie de contacten met het kind, de ouders onderhoudt; wie het besluit neemt tot inschakelen van externe hulp (zorgprocedure) en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van het plan, dat opgesteld wordt als externe hulp ingeschakeld wordt en deze ook inderdaad noodzakelijk blijkt te zijn.
Bijlage: Protocol Onderwijs aan Zieke Leerlingen
Doelgroep: leerlingen die door ziekte een leerachterstand kunnen oplopen. Deze leerachterstand is niet weg te werken door de leerling gedurende een korte periode extra ondersteuning te bieden (zoals na een griep of kinderziekte).
Het zijn leerlingen met een langdurige dan wel chronische ziekte. Ze komen regelmatig niet op school en missen veel onderwijs (ziek thuis, ziekenhuisopname of een combinatie hiervan). Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld cara, nierziekten, kanker, darmaandoeningen, diabetes, letsel na ongeval, reuma, immuunziekten etc.)
Uitgangspunt: de eigen school is verantwoordelijk voor het onderwijs aan zieke leerlingen. Dit is geregeld bij de Wet Ondersteuning Onderwijs aan Zieke Leerlingen (01-08-1999).
1. De leerling is gedurende een korte tijd afwezig (tot maximaal drie weken)
De groepsleerkracht is eerste verantwoordelijke voor het contact met de leerling en de ouders / verzorgers. Een zieke leerling stelt het contact met de medeleerlingen erg op prijs.
Mogelijkheden hiervoor zijn:
een brief of kaartje per post of e-mail medeleerlingen laten bellen met de zieke leerling
eventueel een bezoekje brengen met een paar klasgenootjes
afhankelijk van ziektebeeld huiswerk meegeven / aantekeningen bijhouden etc.
De groepsleerkracht informeert eventueel in bijzondere situaties de overige teamleden, de directie en de IB-er.
Als een langere ziekteperiode dreigt, overlegt de groepsleerkracht met de IB-er en de directie.
2. De leerling is gedurende langere tijd afwezig (prognose langer dan drie weken), al dan niet na opname in het ziekenhuis:
De groepsleerkracht meldt de zieke leerling bij directie en IB-er.
De groepsleerkracht informeert bij de ouders / verzorgers naar de zieke leerling en onderhoudt gedurende de ziekteperiode contact met de leerling en met de ouders / verzorgers (mogelijkheden boven) en betrekt de klas bij de zieke leerling.
De groepsleerkracht onderzoekt samen met de IB-er wat de mogelijkheden zijn om de leerling te begeleiden. (huiswerk, minimale leerlijn, wat te doen met proefwerken, noodzakelijke aantekeningen/ antwoorden kopiëren en uitleg thuis.)
De groepsleerkracht stelt een handelingsplan op (in overleg met de IB-er) en de school voert dit zelf uit.
3. Opname in het ziekenhuis:
Informeer in wat voor ziekenhuis de leerling is opgenomen: academisch of regionaal.
Bij een opname in een academisch ziekenhuis verzorgt de Educatieve Voorziening het onderwijs. het verdient aanbeveling als thuisschool contact te onderhouden met de Educatieve Voorziening.
De overige ziekenhuizen beschikken niet over een Educatieve Voorziening. Bij een langere
opnameduur in een regionaal ziekenhuis kan de thuisschool in samenwerking met Marant de mogelijkheden onderzoeken om het onderwijs in het ziekenhuis te laten plaatsvinden.
4. Bij terugkeer van de leerling naar de school:
Samen met de leerling en met de ouders wordt bekeken hoe de terugkeer op school zo prettig mogelijk kan verlopen. Hierbij spelen zowel didactische als sociaal-emotionele overwegingen een rol.
Cito-resultaat 2011
De leerlingen van "De Hooiberg" scoorden bij de Cito-eindtoets 2011 op de schaal van 500-550 een gemiddelde van 537,8 en dat is boven het landelijk gemiddelde van 535,1.
Bij "De Hooiberg" doen altijd alle kinderen van groep mee aan de eindtoets.
Opmerkelijk feit is, dat twee van onze leerlingen de maximale score van 550 haalden en dat is opmerkelijk goed.
Het resultaat van de Cito-eindtoets is samen met het schooladvies van de basisschool de voorwaarde voor aanname van leerlingen door het voortgezet onderwijs.
Om deze getallen enigszins te kunnen duiden, volgt hieronder een lijstje, dat globaal wordt gehanteerd door het voortgezet onderwijs in Hengelo.
Let wel, hieraan vallen geen rechten te ontlenen.
Scores van:
520-525 BBL (Basis Beroepsgerichte Leerweg)
526-532 KBL (Kader Beroepsgerichte Leerweg)
533-538 TL (Theoretische Leerweg)
539-544 HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs)
545-550 VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs
Citoscores van de voorgaande jaren:
2010 Hooiberg 541,9 (Landelijk gemiddelde 534,9)
2009 Hooiberg 535,6 (Landelijk gemiddelde 535,0)
2008 Hooiberg 538,3 (Landelijk gemiddelde 534,9)
BuitenSchoolse Opvang (BSO)
Op basis van de wet is een basisschool vanaf 1 augustus 2007 verplicht te voorzien in kinderopvang betreffende de voorschoolse, de tussenschoolse en de naschoolse periode. Als of verzorgers daar gebruik van wensen te maken, dan dient de school in die behoefte te voorzien.
Omdat kinderopvang een wezenlijk andere discipline is dan het geven van onderwijs, hebben wij deze dienstverlening uitbesteed aan de Stichting Kinderopvang Borne. (KOB). Daartoe is een overeenkomst gesloten met bovengenoemde stichting door alle schoolbesturen in Borne.
De tussenschoolse opvang (het overblijven tussen de middag) werd op De Hooiberg al sinds jaar en dag verzorgd en dat onderdeel zullen wij ook niet veranderen.
Op school is nadere informatie over de tussenschoolse opvang te verkrijgen of via de contactpersonen voor onze school. Voor groep 0 t/m 3 is dat Annemieke Badart tel.: 2668131 en voor gr. 4 t/m 8 Alice Fokkink tel.: 266 83 28 of 06 28916750
De Stichting KOB zal de voor- en naschoolse opvang voor ons gaan uitvoeren. Ouders, die gebruik maken van de BSO sluiten een overeenkomst met de Stichting KOB. Het schoolbestuur is slechts intermediair.
De kosten voor kinderopvang zijn primair voor rekening van de ouders en de ouders betalen die aan de Stichting KOB. De overheid (via de belastingdienst) en de werkgever betalen mee aan de kosten voor kinderopvang.
De verantwoordelijkheid voor het aanbieden van de voorziening berust bij het schoolbestuur.
De verantwoordelijkheid voor de opvang, voor de locatie en voor de kinderen tijdens de opvanguren berust bij de Stichting KOB
De voorschoolse opvang is in principe geopend van 7.30 tot 8.30 uur.
De naschoolse opvang is geopend van 15.00 tot 18.00 uur.
In vakanties en op roostervrije dagen is er hele dagen opvang.
Er bestaan mogelijkheden om buiten de genoemde tijden opvang te regelen bij de Stichting KOB.
Het brengen van de opvang naar school en het halen van school wordt door de kinderopvanginstelling geregeld.
De Stichting Kinderopvang Borne is een erkende professionele instelling voor kinderopvang, die aan alle eisen voldoet, die daar door de wet op de kinderopvang aan gesteld worden.
Betreffende de BSO van de Stichting Kinderopvang Borne is ook informatie op school beschikbaar. Het telefoonnummer van de Stichting is: 0742659944
Ook via het internet is informatie te verkrijgen: www.kinderopvangborne.nl.